AVI-leestesten

Wat zijn AVI-niveaus? Hoe kan ik een AVI-niveau interpreteren? Wat is het nut ervan?

In dit artikeltje hoop ik jullie een antwoord te kunnen geven op deze en nog andere vragen. Om te beginnen een beetje geschiedenis

Begin jaren zeventig startte het Katholiek Pedagogisch Centrum het individualiseringsproject AVI (= Analyse van Individualiseringsvormen). Centraal in dit project stond het ontwikkelen van hulpmiddelen en werkwijzen voor de individualisering van het leesonderwijs.

Om te komen tot vormen van individualiserend onderwijs is het van groot belang de leesstof op een geschikte wijze te kiezen en te ordenen. Belangrijk is daarbij dat de leesstof zo opgebouwd is dat de gestelde doelen bereikt kunnen worden, dat de teksten qua inhoud de leerlingen aanspreken en dat de leesstof afgestemd is op de leesvaardigheid van de leerlingen.

Dat laatste betekent dat het leesniveau van de kinderen en de moeilijkheidsgraad van de teksten op elkaar afgestemd moeten zijn. Hiervoor zijn de negen AVI-niveaus ontwikkeld. De verschillen in niveaus zijn terug te voeren op de woord- en zinskenmerken van een tekst en de leesindex A (zie het overzicht van de AVI-niveaus).

De negen AVI-niveaus worden enerzijds gebruikt om leesboeken en teksten in te delen naar moeilijkheidsgraad. Anderzijds worden ook de leesprestaties van de kinderen ingedeeld naar deze negen niveaus. Daarvoor zijn de AVI-toetskaarten ontwikkeld.

Overigens moet opgemerkt worden dat de AVI-indeling nooit het enige criterium kan en mag zijn voor selectie van leesboeken. De inhoud, de herkenbaarheid en de opbouw van een boek, de afstemming op de gebruikte leesmethode en de interesse van het kind zijn daarbij zeker zo belangrijk.

De AVI-toetskaarten

Het doel van de AVI-toetskaarten is het technisch leesniveau van kinderen vast te stellen om zo een leesstof te kunnen kiezen die aansluit bij hun leesontwikkeling.

De AVI-toets bestaat uit negen kaarten, één voor elk niveau. Van de AVI-toets is een A- en een B-versie beschikbaar. Elke kaart bevat een tekst die een afgerond verhaal vormt. Deze tekst voldoet aan alle kenmerken van het betreffende AVI-niveau.

Wetenschappelijke verantwoording en normering.

De normen van de toets zijn tot stand gekomen door middel van een uitgebreid onderzoek. De wijze waarop de toets moet afgenomen worden is vast, zo ook de normen die gehanteerd moeten worden bij het bepalen van het AVI-niveau van een kind.

AVI-lezen in de praktijk

Een goede beheersing van het technisch lezen wordt door veel scholen gezien als basisvoorwaarde voor alle andere vakken. Immers, als het leestempo van de kinderen laag is, kost het lezen zoveel tijd dat er nauwelijks tijd overblijft voor het maken van de opdrachten en oefeningen. Daarom steken scholen veel energie in het technisch lezen in klas 1 tot en met 3. De aandacht voor het technisch lezen in niveaugroepen is heel begrijpelijk, maar mag niet ten koste gaan van de klassikale instructie en de individuele leesontwikkeling van de kinderen.

De AVI-niveau-indeling is op de eerste plaats niet bedoeld om de kinderen onderling te vergelijken qua leesprestatie, maar om leesstof te kunnen kiezen die aansluit bij hun individuele leesontwikkeling. Een kind dient leesstof aangeboden te krijgen die niet te makkelijk en niet te moeilijk is. In welke situatie die leesstof verwerkt wordt, is daarbij van minder belang. Dat kan zowel klassikaal als individueel, in tweetallen of in groepen.

Optimale instructie  tijdens het niveaulezen veronderstelt de aanwezigheid van een ervaren leerkracht. Bij het inschakelen van leerhulpen en leerlingen als groepsleider kan dit aspect in het gedrang komen. Een goede coaching is dan noodzakelijk.

Groepjes die gerichte instructie krijgen van leeshulpen lezen boekjes van een niveau hoger dan ze behaald hebben. Dat niveau noemen we het oefenniveau. Doorgaans laten we de kinderen steeds lezen op dit niveau, al moeten we dit eerder zien als een richtpunt. Afhangend van andere factoren, zoals interesse, kan een niveau lager of zelfs hoger ook nog wel.

Het effect van het lezen in niveaugroepen is vooral afhankelijk van de wijze waarop wordt omgegaan met de leesfouten. De terugkoppeling die de kinderen krijgen is bepalend. Het technisch lezen kan ook heel goed geoefend worden door individueel of in tweetallen te lezen. Daarbij is de terugkoppeling over de gemaakte leesfouten vaak wat minder. Tevens is het belangrijk dat de leerlingen twee tot drie keer per jaar getoetst worden met behulp van de AVI-toetskaarten.

Soms is er geen goede aansluiting tussen het leesniveau zoals vastgesteld en het feitelijk lezen in de klas op dat niveau. Waaraan kan dat liggen?

Wanneer een leerling bij het niveaulezen meer moeite met de boekjes heeft dan op grond van het toetsresultaat verwacht mag worden, kan dit aan verschillende factoren liggen.

Zo kan dit te maken hebben met de betrouwbaarheid en de validiteit van de AVI-toets. Het doel is het toetsen van de leestechniek. Bij het niveaulezen komt meer kijken dan dat. Elke toets, dus ook de AVI-toets, heeft een bepaalde marge van betrouwbaarheid en voorspellend vermogen. Dat betekent dat elke toets een bepaald percentage ‘missers’ heeft. Ook de organisatie van het niveaulezen kan een oorzaak zijn voor het feit dat leerlingen soms meer moeite hebben met de boekjes dan men op grond van het toetsresultaat kan verwachten. Sommige organisatievormen werken in de hand dat leerlingen te weinig didactische ondersteuning krijgen of om andere redenen niet goed meedoen of niet goed gemotiveerd zijn. Ook in geval van leerproblemen en/of emotionele problemen kan een leerling moeite hebben zelfstandig te lezen, terwijl het goed gaat wanneer er iemand ‘naast zit’. Bij een groepsgewijze benadering, ook in het leesniveaugroepje, wordt de leerling blijkbaar onvoldoende ‘bereikt’ of ‘meegetrokken’ door gebrek aan motivatie, faalangst et cetera.

Naast bovengenoemde factoren moet u ook bedenken dat de toets een momentopname is. Hanteer de toetsuitslag dan ook niet mechanisch, maar betrek de voorgeschiedenis van het kind en de omstandigheden in de klas daarbij. Realiseert u zich dat de toetsuitslag onbetrouwbaar kan zijn; wees bedacht op ‘uitschieters’ naar boven en naar beneden. Eventueel is een hertoets noodzakelijk.

Overzicht van AVI-niveaus.

De negen AVI-niveaus, en dus ook de leesteksten op de bijbehorende toetskaarten, onderscheiden zich van elkaar op woord-, zins- en tekstkenmerken en de leesindex A van Brouwer. Deze index is gebaseerd op een formule waarin de woordlengte (gemiddeld aantal lettergrepen per woord) en de zinslengte (gemiddeld aantal woorden per zin) van de tekst zijn opgenomen. Daar deze AVI-formules nogal ingewikkeld zijn ,om aan de hand van voorbeelden weer te geven , kunt U zich indien U vragen hebt , zich gerust tot de school wenden , wij geven U graag verdere uitleg.