Faalangst

Soms zijn ouders niet voorbereid op tegenvallende prestaties van hun kind. Ondanks een prima intelligentie en goede ijver zijn de resultaten onder zijn niveau. Het valt vaak niet mee oorzaken voor deze tegenvaller te vinden. Zo kan er sprake zijn van een minder gelukkige leerstijl, leerproblemen of misschien moeilijkheden thuis. In dit lang niet volledige rijtje past ook faalangst.
Het kenmerkende van faalangst is, dat deze angst slechts optreedt in bepaalde situaties of bij bepaalde gebeurtenissen. Het is, als het ware, een afgebakende angst die je kunt benoemen. Het heeft ergens mee te maken. Een tweede belangrijk kenmerk van faalangst is, dat er sprake moet zijn van het min of meer verplicht uitvoeren van een bepaalde taak, ofwel opdracht.

Soorten faalangst

Faalangst is een angst die ervoor zorgt dat kinderen onder hun niveau presteren. De school, als onderwijsinstituut, zit vol taakopdrachten voor kinderen. Het is dan ook niet zo gek, dat faalangst vooral in school veel voorkomt. De laatste onderzoeks-cijfers spreken zelfs over zo’n tien procent van alle kinderen.
Er zijn drie soorten faalangst :

1. Cognitieve faalangst

Dit is faalangst die te maken heeft met het leren. Een opdracht kan op veel manieren gegeven worden. In feite begint het al wanneer een leerkracht aankondigt dat er in een bepaalde les nieuwe lesstof aan bod komt. Dat roept bij hen angst op. Klamme handen, hoofdpijn, hartkloppingen en buikpijn maken het deze kinderen dan niet gemakkelijk om de nieuwe lesstof te volgen. Uiteraard veroorzaakt het vooruitzicht van een proefwerk of overhoring een piek in de cognitieve faalangst.

2. Sociale faalangst

Kinderen trekken op school de hele dag met elkaar op, grotendeels in groepsverband. Voor de een is dat heerlijk, voor een ander een ramp. Om op een doelmatige manier met klasgenoten op te trekken is heel wat nodig. Je moet bijvoorbeeld weten hoe je een beetje meetelt in de groep. Of juist hoe je niet al te veel opvalt. Kinderen hebben op school niet alleen te maken met klasgenoten. Leerkrachten zijn uiteraard een andere belangrijke groep. Een aantal kinderen heeft bijvoorbeeld problemen in hun sociale omgang met leerkrachten. Dat brengt sommigen van hen in problemen bij het vragen om uitleg, of wanneer ze antwoord moeten geven bij een overhoring.

3. Motorische faalangst

Er zijn kinderen, die er vreselijk tegenop zien iets met hun lijf te moeten doen. Het beste voorbeeld is gymnastiek. Sommige kinderen verkrampen letterlijk bij het betreden van de gymnastiekzaal. Ze zien de gymtoestellen als gevaarlijke instrumenten waar weinig goeds van te verwachten valt. Zelfs met hulp van een leerkracht durven ze de meest eenvoudige toestelopdrachten niet aan. En dat terwijl ze geen lichamelijke gebreken hebben. De angst om te mislukken zorgt echter voor een verkrampte houding.

Herkennen van faalangst

Door goed te kijken en te luisteren naar kinderen kunnen ouders signalen opvangen die wijzen op faalangst. Als ze taken krijgen, hebben faalangstige kinderen niet alleen last van lichamelijke reacties, zoals buikpijn, zweten, misselijkheid en hoofdpijn, maar ze passen ook hun manier van denken aan.
Faalangstige kinderen denken negatief over zichzelf en hun capaciteiten. Ze kunnen het bijna niet geloven, dat er bij een toets wel degelijk iets positiefs uit de bus rolt. Hun denktrant is: eens mislukt, altijd mislukt. Als een faalangstig kind een opgave voor zich ziet, kijkt hij meteen naar wat hij niet kan.
Bij succes kan een faalangstig kind dat bijna niet geloven. Op zo’n moment zegt het tegen de buitenwereld (en zichzelf) dat de toets toch wel erg gemakkelijk was. De eigen inbreng wordt hiermee, door hemzelf, erg klein gemaakt. Op dezelfde manier verklaart een faalangstig kind succes: hij heeft geluk gehad. Niet kennis en vaardigheid hebben voor dat hoge cijfer gezorgd. Neen: “Toevallig heb ik goed gegokt toen ik het niet meer wist!”.

Begeleiden

Veel invloed op de wijze waarop kinderen omgaan met faalangst. Die invloed is vooral merkbaar in de dagelijkse omgang tussen ouder en kind. Belangrijke elementen hierbij zijn:

– Faalangst is menselijk, praat erover.

Ouders kunnen kinderen laten merken dat faalangst gewoon bij het alledaagse leven hoort, maar dat sommigen er moeilijk mee om kunnen gaan, waardoor faalangst negatieve gevolgen heeft. Als kinderen beseffen en ervaren, dat ieder levend wezen momenten van faalangst kent, scheelt dat veel in hun eigen beleving daarvan. Het maakt hen minder uniek in de ‘pijn van het leven’.

– Mislukken mag.

Faalangstige kinderen hebben een aparte gevoeligheid ontwikkeld waarmee ze de omgeving steeds horen zeggen: “Iets niet kunnen, bestaat niet”. In feite confronteren ze zichzelf voortdurend met het motto: “Mislukken mag niet”. De innerlijke drang naar perfectionisme is groot, maar niet realistisch. Immers: geen enkel mens is in staat om zonder fouten door het leven te gaan. En toch ‘geloven’ deze kinderen in boven-staand motto, wat hen uiteraard steeds faalangstiger maakt. Want ook zij zullen af en toe mislukken, en die ervaring, die in strijd is met het heersende motto, brengt hen steeds dieper in de put. Ouders kunnen helpen door het motto te nuanceren en dit te ondersteunen met een voorbeeld van hun eigen gedrag. Ook is het belangrijk dat zij waardering uitspreken voor de inspanningen van hun kind.

– Zoek evenwicht tussen negatieve en positieve reacties.

In de dagelijkse omgang tussen ouder en kind krijgt het kind regelmatig negatieve reacties op zijn gedrag. Dat is onvermijdelijk en vloeit voort uit de (bij)sturende taken van opvoeden. Faalangstige kinderen hebben vaak alleen maar aandacht voor negatieve kanttekeningen over hun gedrag. Ook al worden er positieve opmerkingen gemaakt: deze vallen voor het faalangstige kind in het niet bij de negatieve bemerkingen. Het is vaak opvallend hoe vaak in het opvoedingsgedrag van ouders negatieve opmerkingen overheersen. Kansen voor positieve opmerkingen laat men ongebruikt. Dat is jammer want een beter evenwicht tussen negatieve en positieve opmerkingen leidt tot minder faalangst.

MEER INFORMATIE
Voor ouders is een boek verschenen over faalangst met de titel: ‘Faalangst en ouders’, geschreven door Ard Nieuwenbroek en uitgegeven bij Kok\Lyra.