Opvoeden van kinderen

Een tijdje terug volgden we met een 10-tal ouders een reeks van 4 gespreksavonden, georganiseerd door het VCOV, rond het opvoeden van kinderen.  Gespreksleidster was Ilse Dewitte (orthopedagoge en kindertherapeute aan de KU Leuven).

Niettegenstaande de beperkte belangstelling van ouders, was het een leerrijke ervaring.  Iedereen die deelgenomen heeft, is beslist naar huis gegaan met wat tips om de opvoeding van zijn/haar kind nog beter aan te pakken.

Telkens werd vertrokken van de visie dat ieder kind een eigen opvoedkundige vraag heeft naar zijn ouders en dit op 4 gebieden, nl. op het vlak van aandacht, hulp, grenzen en sancties.  Het aanbod of het antwoord van de ouders moet dan ook zo goed mogelijk afgestemd zijn op de vraag van dit kind.  Hoe beter vraag (van het kind) en aanbod (van de ouders) op elkaar afgestemd is, des te vlotter verloopt de opvoeding.

 

De eerste avond had als thema ‘ Opvoeden van drukke kinderen ’

Drukke kinderen stellen specifieke vragen aan ouders op het vlak van bovengenoemde domeinen (aandacht, hulp, grenzen, sancties).  Vaak dreigen ouders van dergelijke kinderen in een aantal valkuilen te trappen, bv. te veel aandacht aan het negatieve of foute gedrag en te weinig aan wat het kind wel goed doet ; teveel zeggen wat niet mag en te weinig formuleren wat wel zou moeten ; teveel straf geven en te weinig de positieve dingen belonen,… Opvoeding van drukke kinderen is allesbehalve gemakkelijk, want ze vragen eigenlijk rust en zelfbeheersing van de ouders.  Naast de eigen dagtaak van de ouder, is de opvoeding van een druk kind een zware opgave.  Bovendien wordt door de omgeving heel veel commentaar geleverd op deze kinderen (‘als het de mijnen zou zijn, dan…’,…).

Toch geeft Ilse Dewitte een aantal tips en aanbevelingen mee om de aanpak van een druk kind wat vlotter te laten verlopen :

Ruimte: 

1. Belangrijk is om structuur en grenzen te bieden, geef het kind bijvoorbeeld een vaste plaats aan tafel.
2. Spreek vooraf een signaal af met het kind, waarna het weet dat het zich moet ‘herpakken’.
3. Zorg voor een aparte kom-tot-rust -hoek waar het stoom kan aflaten en dat het niet beschouwt als een straf.
4. Geef de dingen een vaste plaats en leer een kind deze plaats ook aan.
5. Gebruik visuele signalen.
6. Zorg voor rust, vermijd extra kleuren en geluiden, …
7. Voorzie en voorkom een aantal problemen (geen duur en breekbaar servies, tapijt in de speelkamer, viltjes onder de stoelen, …

Sociale contacten:

1. Formuleer enkele belangrijke regels.
2. Formuleer ze kort en duidelijk.
3. Laat het kind regels herhalen.
4. Geef de gevolgen aan en voer ze ook uit.
5. Geef vooral positieve commentaar als de regel wordt opgevolgd.
6. Leer de andere kinderen de spelregels kort en duidelijk  formuleren.
7. Analyseer samen het storend gedrag en wat het beter had kunnen doen.
8. in de tijd : – plaats overal een klok of geef een uurwerk

Tijd:

1. Werk met een kookwekker
2. Bouw een aantal rituelen in
3. Hang een dag- of weekschema op
4. Ondersteun met non-verbaal gedrag
5. lan tien minuten exclusieve aandacht

Belangrijk is ook om – vooraleer de situatie dreigt te ontaarden in een mini-oorlog – te oefenen met de verkeerslichten :

Rood = STOP
Oranje = DENK
Groen = DOE.

Desnoods trek je je als ouder terug in een aparte plaats (bv. toilet) waar je nadenkt over de situatie, welke sanctie je zal geven,…  Zo vermijd je dat je niet uit te voeren sancties geeft, je al te veel laten leiden door impulsieve gevoelens,…

 

De tweede avond had als thema ‘ kinderen met leerproblemen ’

Ook hier vertrok spreekster van interactie ouders-kind.  Ook in deze situatie kan je als ouder gemakkelijk in een aantal valkuilen trappen : bv. teveel bezig zijn met prestatiegerichte waardoor geen tijd en ruimte meer is om met niet-prestatiegerichte dingen bezig te zijn, teveel hulp(uit angst) waardoor het kind minder zelfstandig wordt en minder zelfvertrouwen ontwikkelt,  verschil in houding tussen moeder en vader, belonen voor prestaties,…

Als gulden stelregel geldt hier ‘ helpen zonder het allemaal zelf te doen !’

Bij het bieden van hulp moet vooral een evenwicht gezocht worden tussen helpen en zelf doen.  Dit betekent dat ze moeten proberen en dat is niet hetzelfde als het kunnen.

1. Laat ze eerst zelf proberen,  maar spring tijdig bij.  Maak er geen strijd van.
2. Huiswerksituaties proberen plezant te maken (bv. met drankje, chips,..)
3. Zoek tijdig hulp zodat je zelf ‘ouder’ kan blijven.
4. Overleg tijdig en geregeld met de leerkracht.
5. Relativeer de betekenis van huiswerk.
6. Vraag aan de leerkracht geïndividualiseerde taken zodat een kind succes kan ervaren.
7. Kinderen maken het huiswerk, als ouder ben je coach.
8. Laat het huiswerk op een moment doen waarop iedereen zo ontspannen mogelijk is.
9. Maak duidelijke afspraken : hoe en waarbij zal ik helpen ?, zorg voor zoveel mogelijk succeservaringen,…
10. Verdeel de last onder beide ouders.
11. Zoek uit welke ouder best gepast lijkt en help de opdrachten analyseren.
12. Leer het kind een aantal zelfinstructies :

Wat ? rood licht wat moet ik doen ?
Hoe ? oranje licht hoe doe ik het ?
Doe ? groen licht ik doe het ?
Goed ? politie ik controleer ?

Belonen : link leggen tussen inspanning en bekomen van een positief resultaat. Kinderen leren veel sneller door belonen dan door dreigen met straf.

Let op :

Elk kind heeft nood aan een portie gezonde aandacht, liefst zo vaak mogelijk buitenschoolse en prestatiegerichte zaken om.  Misschien is uw kind geen rekenwonder of een leeskampioen, maar wel een kampioen in voetballen, goochelen, koken, fietsen,…

Probeer uw kind een positief zelfbeeld en zelfvertrouwen te helpen opbouwen.

Beloon uw kind voor de dingen die wel lukken en voor hun inzet.

De inspanning is belangrijker dan het resultaat.

(een interessant boek rond dit thema is ‘Als leren pijn doet’ van Ghesquiere en Hellinckx).

 

De derde avond handelde over ‘ Lastige tieners ’

Hier werden ook een aantal valkuilen besproken, zoals positieve aandacht wordt vaak vergeten, eisen in plaats van te adviseren,… Pubers vinden de mening van hun ouders belangrijk, maar tonen dit niet of hebben het over ‘zagen’.  Bemoei je niet teveel,…

Centraal bij opvoeden van lastige tieners is om grenzen en structuur te bieden door te luisteren, mee te denken en te onderhandelen.

Maak daarom de grenzen duidelijk en voorspelbaar, want ze zullen in vraag gesteld worden.  Er zal verzet zijn tegen de voorgestelde grenzen.   Probeer succesvol te onderhandelen, nl.

Stap 1 : wat is precies het probleem  ? (laat de jongere dit vertellen)

In zeer concrete termen

Wat ging er nu fout, wat wil je bekomen,…

Vermijd woorden als ‘altijd, nooit, overal,…’

Stap 2 : Hoe kunnen we het oplossen ?

Geef zelf suggesties, maar vraag zeker de mening van de jongere.

Bepaal samen de consequenties.

Stap 3 : uitvoering

Een besluit waar beiden het mee eens zijn.

Positieve én negatieve consequenties volgen.

Stap 4 : controle achteraf

Was dit nu wel de goede keuze

Wat valt er uit te leren ?

– Denk eraan dat er meerdere oplossingen mogelijk zijn en dat jouw oplossing niet de enige juiste is.
– Je moet een goed moment vinden om te onderhandelen.
– Er zijn 2 evenwaardige partijen.
–  Probeer eerst te luisteren naar de boodschap.
–  Vraag je af waarom jouw tiener net dat wil.
– Haal geen oude koeien uit de sloot.
– Je komt niet ver met ‘waarom’ vragen, wel met ‘hoe’ vragen.
– Vergeet niet dat jij ooit 15 jaar was, maar jouw tiener geen 40 jaar.
– Jongeren kunnen best mee zoeken hoe ze conflicten kunnen voorkomen.
– Toenemende controle zal tot niet veel leiden.
– Vriendenverbod haalt weinig uit.
– Bespreek liever wat je zorgen baart en bekijk hoe jouw tiener je op dit vlak kan geruststellen.
– Neem voldoende afstand : stop – denk – dan pas doen.

 

De laatste info-avond handelde over ‘ bange kinderen ‘.

Als valkuilen werden hier vooral de aandacht voor mislukkingen, het teveel afhankelijk maken van de kinderen, soms te weinig grenzen bieden, … besproken.

Kinderen met faalangst :

– De inspanning benadrukken ipv het resultaat.
– Zoek een gezonde afwisseling tussen inspanning en ontspanning.
– Belang van niet-prestatiegerichte activiteiten
– Geef als ouder aan dat je kind ook eens mag mislukken.
– Baken de studietijd af.
– Vermijd onderlinge vergelijking.
– Deel een taak op in stapjes.
– Let op wat het kind al kan.
– Wat vind je er zelf van ? Leer een kind een mening formuleren.
– Bevestig niet steeds op een vraag.  Wel op een verrassend moment als ze het niet verwachten.
– Stel je verwachtingen bij.

Depressieve kinderen :

– Maak het klimaat zo positief mogelijk.
– Neem je kind ernstig.
– Zoek samen naar realistische ideeën.
– Geef af en toe een duwtje maar dwing niet.
– Bescherm niet te veel.
– Zorg voor rust en voorspelbaarheid.
– Geef aandacht aan het kind alleen.
– Zoek waar de (te) hoge druk zit.
– Let op je eigen gedrag en zelfspraak.
– Praat met de leerkracht.
– Wees alert voor leerproblemen.
– Proberen is de boodschap.
– Geef meer aandacht aan wat wel gaat.
– Zachte dwang kan nodig zijn.
– Geef duidelijke aanwijzingen.
– Stel je zelfzeker op, maar mislukken mag.
– Vergeet niet : bang zijn mag, ook voor jongens !