ADHD

ADHD is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder. In het Nederlands noemen we dat een aandachtstekortstoornis. Dat wil niet zeggen dat kinderen met ADHD aandacht tekort komen van hun ouders of leerkrachten. We spreken van ‘aandachtstekort’ omdat deze kinderen zelf hun aandacht niet lang genoeg kunnen richten op de taak die voor hen van belang is.

Kinderen met ADHD reageren op een aantal gebieden anders dan andere kinderen. Ze hebben vaker en sterker last van :
aandachts- en concentratiestoornissen;
impulsiviteit;
hyperactiviteit.

Officieel bestaan er drie typen ADHD :

Type 1:

Alleen aandachtsproblemen, zonder hyperactiviteit en impulsiviteit. Dit type wordt in België ook wel ADD genoemd. ADD wordt niet snel herkend bij kinderen. Zij vertonen immers veel minder storend gedrag dan de kinderen met de andere twee vormen van ADHD. De kinderen met ADD vallen op door dromerig, apatisch gedrag en het feit dat ze meer dan gemiddeld moeite hebben om met een taak te beginnen en hun aandacht erbij te houden. Kinderen met ADD presteren onder hun niveau. Dat roept problemen op bij het leren en het heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van hun zelfvertrouwen.

Type 2:

Alleen impulsiviteit en hyperactiviteit, zonder de aandachtsproblemen.
de combinatie van aandachtsproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit. Spreken we in Nederland over ‘ADHD’, dan bedoelen we meestal dit type.
ADHD komt vaak voor in combinatie met andere stoornissen. Bij de helft van de kinderen komt ook ernstig opstandig gedrag voor. Een kwart heeft last van leerproblemen, van angststoornissen en/of depressiviteit.

Aandachts- en concentratiestoornissen.
Kinderen met ADHD kunnen het moeilijk volhouden om hun aandacht op een taak te richten, die aandacht vast te houden en zich niet door allerlei prikkels te laten afleiden. Met ‘prikkels’ bedoelen we alles wat met de zintuigen wordt waargenomen: alles wat we zien, horen, voelen, proeven en ruiken. Kinderen met ADHD zijn minder goed in staat de onbelangrijke prikkels naar de achtergrond van hun bewustzijn te dringen.

Impulsiviteit.
Kinderen met ADHD zijn vaak heel impulsief. Ze geven antwoord voor ze de vraag goed hebben gehoord of gelezen. Ze lopen zomaar van hun stoel. Ze verkopen anderen een dreun voor ze het zelf in de gaten hebben. Ze doen, kortom, voor ze nadenken over de gevolgen. Het ontbreekt hen als het ware aan een innerlijke controle die de remfunctie van hun gedrag regelt. Dat maakt het voor hen heel moeilijk om hun gedrag te plannen en te organiseren.

Hyperactiviteit.
Kinderen met ADHD zijn, vooral op jonge leeftijd, voortdurend in beweging. Ze hollen de hele dag en kunnen nauwelijks op hun plaats blijven zitten. Ze zijn snel opgewonden en gauw gefrustreerd. De kinderen voelen zelf vaak een grote onrust van binnen. Stil zitten en rustig zijn vraagt van hen ongewoon veel energie.Naarmate ze ouder worden, staat de hyperactiviteit minder op de voorgrond. Er is dan meer sprake van ‘kleine hyperactiviteit’: friemelen, wiebelen,draaien etc.

Niet altijd druk.
Het verwarrende is dat de kinderen niet altijd druk of afgeleid zijn. Ze kunnen zich wel goed concentreren op spannende films, op computerspelletjes of op andere zaken die hen interesseren. Aan buitenstaanders ontlokt dit vaak de opmerking ‘Ze kúnnen het wel, als ze maar wíllen’. Kinderen met ADHD kunnen zich inderdaad wel concentreren, maar ze hebben daar een veel sterkere prikkel voor nodig. Het kost hen veel meer inspanning dan andere kinderen.

De oorzaak van ADHD is (nog) niet duidelijk. Recent onderzoek wijst erop dat er bij ADHD sprake is van een neuro-biologische stoornis die (voor een deel) erfelijk wordt bepaald. Dat wil zeggen dat deze aanwezig is in de aanleg van het kind. Er wordt nog onderzocht welke rol de omgeving speelt bij het wel of niet tot uiting komen van de stoornis. Met ‘omgeving’ bedoelen we niet alleen de opvoeding, maar álle omstandigheden tijdens de zwangerschap, de geboorte en de latere ontwikkeling van een kind.

2 – 5% van alle kinderen heeft in mindere of meerdere mate last van ADHD. ADHD komt veel vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Dat is tenminste altijd aangenomen. Tegenwoordig beweert men ook wel dat ADHD bij meisjes minder opvalt, omdat zij minder lastig zijin voor hun omgeving. Meisjes zouden minder storend gedrag ‘naar buiten’ ontwikkelen, maar méér storend gedrag ‘naar binnen’. Ze hebben er dan zelf meer last van dan hun omgeving.

ADHD is nog niet vast te stellen aan de hand van meetbare gegevens (zoals de resultaten van hersen- of bloedonderzoek). Hoe bepaalt men dan wél of er sprake is van ADHD? Daarvoor kijkt men naar het gedrag van het kind. Men vergelijkt dat met de ADHD-kenmerken die kinderpsychiaters uit de hele wereld met elkaar hebben afgesproken. In Nederland werken de artsen vaak met de DSM-IV (Diagnostic Statistical Manual of mental disorders, vierde herziene uitgave).

Om een diagnose te kunnen stellen, verzamelt een arts een grote hoeveelheid gegevens. Hij doet dat aan de hand van gesprekken met de ouders, informatie van de leerkracht, lichamelijk onderzoek, zorgvuldige observatie en bevindingen van andere deskundigen.Doorgaans wordt de diagnose gesteld door een kinderpsychiater, een kinderneuroloog of een kinderarts. Helaas is niet elke arts goed op de hoogte van de kenmerken van ADHD.

Er is nog geen medicijn dat ADHD geneest, evenmin als een pasklare therapie die de stoornis opheft. Wel kunnen medicijnen de verschijnselen verminderen. Het belangrijkste is dat het kind, zijn ouders en zijn leerkrachten met de ADHD leren omgaan.

Behandeling bestaat uit :
inzicht geven in de stoornis;
medicatie;
opvoedingsondersteuning;
gedragstherapie.
Op dit moment kunt u daarvoor terecht bij :
het CLB
(sommige) kinderartsen
(sommige) kinderneurologen
(de meeste) kinderpsychiatrische centra